Wat wij geleerd hebben op Apestaartjaren 6.2

Wat wij geleerd hebben op Apestaartjaren 6.2

Vorige week vond Apestaartjaren 6.2 plaats. Dit jaar waren we te vinden in het Muntpunt in Brussel. Een zevental sprekers stonden te popelen om ons meer te vertellen over mediawijsheid in het onderwijs.

Benieuwd naar wat wij geleerd hebben?

1. Kinderen hebben vooral veel goesting om te leren!

Katja Schipperheijn, het brein achter sCool, beet de spits af. Aan de hand van leuke voorbeelden van haar dochtertje vertelde ze ons meer over  de virtuele school als lerend ecosysteem.

Een belangrijk punt dat Katja aanhaalde, is dat de virtuele school een plek moet zijn waar jongeren op een sociale manier bijleren door gebruik van sociale media of apps. Dat willen ze ook echt! Al deze nieuwe manieren van leren zijn erg belangrijk, want digitalisering en innovatie zal de komende jaren voor heel wat nieuwe jobs zorgen.

Een voorwaarde tot zo'n manier van werken, is dat de jongeren vrij zijn om hun kennis met anderen te delen. En daar hebben velen het nog altijd moeilijk mee.

2. Leerlingen willen een grotere kloof tussen privé en school

Enkele leerlingen uit de Vlaamse Scholierenkoepel gaven een woordje uitleg over de online platformen die hun scholen gebruiken. Er wordt vaak gezegd dat tieners niet zonder internet kunnen, maar toch ondervinden sommigen zowel frustraties als positieve bevindingen.

De grootste frustratie is dat er geen goede afspraken worden gemaakt tussen de leerlingen en leerkrachten. Leerlingen ontvangen veel informatie via het kanaal, maar zelf kunnen ze er weinig op doen. Zo zijn ouders soms in staat om rapporten eerder in te kijken dan de leerling zelf. Auwtch!

Er zijn natuurlijk ook voordelen. Leerlingen vinden het handig dat wanneer je taken op je laptop of computer maakt, je die ook meteen online kan indienen. Ook is het een pluspunt dat je meer via de smartphone kunt werken. Dat er heel wat potentieel in deze manier van werken zit, ontkennen we niet!

3. Ga voor de combinatie van handboeken en tablets!

Stephanie en Sarah van MICT deden enkele jaren geleden onderzoek naar de integratie van tablets in het onderwijs. Ze ondervonden dat de toekomst in die lessen zit, waar klassieke handboeken samen met tablets gebruikt worden.

Apestaartjaren

Sarah en Stephanie maken duidelijk dat het niet goed werkt om handboeken naar virtuele oefeningen te vertalen. Daardoor creër je een 'boek-achter-glas versie'. Het viel zelfs op dat de motivatie bij digitaal lesgeven op deze manier zelfs daalt, dit door de eentonigheid van het lesgeven. 

In een virtueel lessenpakket moet voldoende variëteit zitten. Een combinatie van voldoende authenciteit, differentiatie en interactie tussen leerling en leerkracht zorgen ervoor dat digitaal lesgeven interessanter wordt.

4. Maak een onderscheid tussen ‘nice to know’ en ‘need to know’

Louis Huybrechts, communicatiemanager bij Artevelde Hogeschool, toonde ons hoe hij precies te werk gaat met de sociale media van de school. Dat daarachter veel meer zit dan vaak gedacht, werd opnieuw duidelijk tijdens zijn sessie.

Artevelde zet zich ook af van de checklist-mentaliteit en focust enkel op kanalen die zowel voor hen als de doelgroep nuttig zijn.

Daarnaast delen ze enkel informatie die 'nice to know' is. 70% daarvan zijn posts gericht naar de doelgroep, 10% is promo-content en zo’n 20% van hun posts worden door de studenten zelf gemaakt. Dit alles monitoren ze aan de hand van de handige service Coosto.

5. De leer-kracht van sociale media

Als er iemand voorstander is van het integreren van sociale media in de lessen, dan is het Stefaan Lammertyn wel. Van Facebook tot WhatsApp en Snapchat, alles is mogelijk!

Stefaan roept op om sociale media actief in lessen te integreren. Gebruik Instagram en Twitter om er actualiteit mee op te zoeken en laat vooral leerlingen zelf uitleggen wat ze zien.

Jongeren weten vaak ook beter dan hun leerkracht wat sociale media als Snapchat zijn. Laat hen dat zelf uitleggen tijdens de les, iedereen zal het zo veel beter onthouden.